Gepassioneerde fans en sportieve successen promoten gentlemensport
Maar liefst 8000 fanatiekelingen zagen op 25 februari hoe België en Nederland de degens kruisten in een rugbyderby. De Zwarte Duivels wonnen met 58-3 – hun grootste zege ooit – maar nog verbazender dan die monsterscore was de enorme populariteit van de rugbysport in ons land. “We zijn supporters van nationale eenheid.”

Voorlopig wordt er nog naast het Boudewijnstadion gerugbyd.
Ietwat verscholen in de schaduw van het imposante Koning Boudewijnstadion, in een uithoek van het Heizelcomplex, ligt ‘Bijterrein 2’. Daar wordt de belangrijke rugbyderby tussen België en Nederland gespeeld. Het bescheiden stadion biedt plaats aan 8000 supporters, en die zijn ook in zulke getale aanwezig. Ongetwijfeld zit het zachte winterzonnetje daar voor iets tussen, maar toch verbaast de grote opkomst.
Uitverkocht
Vanwaar die populariteit voor het rugby, een sport die in België toch behoorlijk klein is? Zeker in vergelijking met rugbynaties als Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en Frankrijk. “Het rugby zit bij ons al een aantal jaar in de lift”, zegt Rino Billi, organisator van de interland tussen België en Nederland. “Vroeger kwam er meestal maar 3000 man naar de stadions, maar vandaag is de wedstrijd zo goed als uitverkocht.”
Billi heeft dan ook de handen vol. Voor de aanvang van de match loopt hij voortdurend heen en weer tussen de vipruimte, de perstent en het speelterrein. Gsm aan het oor, her en der handjes schuddend. “Er zijn trouwens een twintigtal journalisten aanwezig, en vijf tv-stations, waaronder RTL en Sporza.”
Er is inderdaad een kleine cameraploeg van de openbare omroep naar de Heizel afgezakt. Weliswaar niet om een liveverslag te maken, maar een korte reportage als uitsmijter voor Sportweekend. VRT-journalist Gert Gommé, gewoonlijk tennisverslaggever, legt uit. “Een kleine sport als rugby komt meestal niet aan bod in de Sporza-programmering, maar met een belangrijke derby als deze pakken we graag uit. Het schept plezier om een sport als rugby meer erkenning te geven.”
This is not soccer
Terwijl zowel het Belgische als het Nederlandse team zich opwarmt voor de wedstrijd – de scrums en de line-outs volgen elkaar in ijl tempo op – stromen de supporters mondjesmaat toe. Twee opvallende vaststellingen: Nederlandse en Belgische aanhangers posteren zich kriskras door elkaar, en bijna de helft van het publiek is niet ouder dan achttien. Er zijn zelfs een paar jonge gezinnen. Dochtertje op de schouders van papa, zwaaiend met een tricolore vlaggetje. Het rugby is, zo blijkt, een echte familiesport.

Haagse jongelui posteren zich tussen Belgische supporters.
Onder de Nederlandse fans bevindt zich ook een groep jonge rugbyspelertjes. Met negentig zijn ze, en ze komen met de bus van Breda. “Ook in Nederland wordt het rugby populair,” weet trainer-begeleider Edwin van de Meeberg. “Dat merken we aan het groeiende enthousiasme bij de Bredase Rugbyclub. Al is er natuurlijk nog werk aan de winkel. Toen we hier arriveerden, wezen de kinderen naar het Koning Boudewijnstadion (35.000 plaatsen, red.). ‘Wij willen in dat stadion’, zeiden ze.”
“De sfeer tijdens een rugbywedstrijd is fantastisch”, gaat Van de Meeberg verder. “Alles zit door elkaar: jong, oud, België, Nederland. En ik heb nog nooit van opstootjes geweten. Ook niet op het veld. In het rugby wordt er nog geluisterd naar de scheidsrechter. Dat is in het voetbal wel anders.” Toeval of niet: begin februari ging een YouTube-filmpje van een rugbymatch tussen Munster en Treviso de wereld rond. Twee spelers van het Italiaanse team maakten het te bont en scheidsrechter Nigel Owens riep de kemphanen bij zich. “Stick to your job, and I will do mine,” zei hij, “this is not soccer.” ‘Dit is geen voetbal.’
Gentlemensport
Inge Kieft uit Den Haag vraagt zich af waarom het rugby ondanks alles ondergewaardeerd blijft. “Door de ingewikkelde regels en de snelle opeenvolging van spelfases is een wedstrijd soms moeilijk te volgen. Misschien is dat het wel?” Inge is helemaal uit de Randstad afgereisd naar Brussel om haar twee zonen aan het werk te zien. Floris en Zeno Kieft, respectievelijk spelers van de Haagsche Rugbyclub en het Franse La Rochelle, zijn allebei aanvallers bij het Nederlandse team. “Het gebeurt niet vaak dat ik ze samen aan het werk zie.”
Voor de gelegenheid heeft Inge zich dan ook flink uitgedost. Oranje jas, roodblauwe verf op de wangen en zelfs een feloranje krullenpruik. Het doet pijn aan de ogen, maar zorgt wel voor ambiance. “Gezellig naar het rugby kijken, met een biertje in de hand. Er is toch niets beters?”
Ook oma Kieft is meegereisd. Ze heet Désirée, maar iedereen noemt haar Daisy. En Daisy denkt zo het hare over de voetbal-rugbyvete. “Als ik aan mensen vertel dat mijn kleinzonen rugby spelen, kijken ze vreemd op. ‘Rugby, zo’n ruige en gevaarlijke sport’, klink het. ‘Waarom geen voetbal?’ Terwijl er in het voetbal net veel meer ruzie en rivaliteit is, tussen de spelers én tussen de supporters. Het rugby is een echte gentlemensport, hoor.” “Un sport de brutes, joué par des gentlemen,” fluistert iemand achter ons. En bij het voetbal is het natuurlijk juist omgekeerd.

Er waren ook een aantal cameraploegen aanwezig.
Supporters van nationale eenheid
Eveneens een gentleman is Nicolas Meulemans. In de week is hij politieagent in Elsene, maar al zijn vrije tijd spendeert hij aan zijn functie als voorzitter van de officiële supportersclub van de Zwarte Duivels. Een jaar geleden kwam de volbloed rugbyfan op het idee om de nationale fanclub op te richten. “De Rode Duivels hadden al lang een supportersclub, dus waarom de Zwarte Duivels ook niet?”, aldus Meulemans. “België is het enige rugbyteam op de wereldranglijst dat nog nooit daalde. Tot op vandaag blijven ze stijgen.” Iets wat van de Rode Duivels niet altijd gezegd kan worden.
Amper een jaar nadat hij het levenslicht zag, telt de supportersclub al 2500 leden. “En daar zit van alles wat tussen”, zegt Meulemans. “Jong en oud, sportief en minder sportief, Vlamingen, Walen en Brusselaars. Communautaire problemen, die bestaan hier niet. Het zal me worst wezen waar de supporters vandaan komen. We zijn Belgen die met de Belgische vlag zwaaien. Een supportersclub van nationale eenheid.”
Dat het enthousiasme aanstekelijk werkt, blijkt bij elke wedstrijd. “We proberen wel nieuwe leden aan te trekken via Facebook en de website, maar er gaat niets boven mond-tot-mondreclame. Tijdens elke interland melden zich een heleboel nieuwe leden.”
WK-droom
Meulemans ademt passie voor de rugbysport. Het is zijn droom, en ongetwijfeld de droom van alle spelers en supporters, om de Zwarte Duivels over drie jaar op het WK aan het werk te zien. De promotie naar divisie 1A van het Europese landenkampioenschap maakt van die verre droom een reële mogelijkheid. “Bovendien”, zegt Meulemans, “zou het Belgische rugby definitief op de internationale kaart komen. Dat zorgt dan weer voor meer media-aandacht en meer financiële middelen. Want de rugbybond moet het, in tegenstelling tot het voetbal, stellen met een klein budget.
De rugbyfederatie krijgt trouwens hulp uit verrassende hoek. “Freddy Thielemans, de burgemeester van Brussel, heeft vroeger nog bij de nationale ploeg gerugbyd. Hij geeft ons administratieve en politieke steun. Tot een paar jaar geleden was het rugby in ons land een erg amateuristische sport. De spelers moesten vrij nemen om zich op wedstrijden voor te bereiden. Maar de succesvolle internationalisering en de stijgende populariteit van de Zwarte Duivels maken de sport steeds professioneler.”